Helpalot’s 113 suïcidepreventie
Woorden, en met name poëzie kan enorm helpend zijn om een uitweg te zien uit psychisch of fysiek lijden. Lees hier gedichten van stadsdichters over suïcidepreventie. Deze herfst en winter, bieden we in samenwerking met 113 hoop, troost en perspectief waarmee we gedachten aan zelfdoding destigmatiseren en empathie tonen.
Suïcidepreventie kan een gedicht zijn of enkele dichtregels. Helpalot vroeg daarom stadsdichters uit Nederland en Vlaanderen om poëzie te schrijven die gedachten aan zelfdoding bespreekbaar maakt.
Wat fijn en belangrijk dat jij er bent ❤️
Denk je aan zelfdoding of ken je iemand die dood wil?
Tot het licht wordt
Ik ga je niet vertellen
dat morgen alles beter is.
Dat weet ik niet.
Ik ga je niet vragen
om te kijken naar alles
wat je nog hebt.
Alsof verdriet
zich laat wegstrepen
tegen geluk
…Of andersom.
Maar ik kan naast je lopen.
Dan wandelen we.
Tot het licht wordt.
Je hoeft mij niets uit te leggen.
Je hoeft zelfs niet te praten.
We zetten gewoon
de ene voet voor de andere.
En als jij vandaag
het licht niet ziet,
dan zoek ik met je mee.
Dus wandelen we.
Tot het licht wordt.
Tot de nacht langzaam
zijn donker verliest.
Tot ergens boven Weert
de lucht van kleur verandert.
Tot de zon opkomt
en je gezicht raakt.
Je misschien
heel even verwarmt.
Niet omdat daarmee
alles voorbij is.
Niet omdat donker
nooit meer terugkomt.
Maar omdat je er nog bent.
Hier.
Naast mij.
En dus wandelen we verder.
Vandaag misschien
maar een paar stappen.
Morgen zien we wel.
En als het opnieuw donker wordt
en jij de weg niet meer ziet,
zoek me dan.
Dan wandelen we weer.
Samen.
Tot het licht wordt.
Stadsdichter:
Als je jezelf
als je jezelf
zo klein mogelijk
opgevouwen
als briefje
waar alles op staat
op een sloopkogel
hebt geplakt
en die stalen bal de lucht ingaat
precies volgens plan
haal adem, haal adem
alsjeblieft haal adem
fuck de sloopkogels
die willen niet weten wie jij bent
val met de wind in je rug terug
naar jezelf, laat die bal los
dwarrel op longinhoud
haal adem, haal adem
alsjeblieft haal adem
ontvouw de pijn
elke vouw is deel van jou
tussen de kreukels
groeien antwoorden
wacht het lieve, het zachte
maar haal adem, haal adem
alsjeblieft haal adem
Stadsdichter:
Alternatieve uitvalswegen
ik weet hoe nauw die tunnel kan zijn
wanneer je maar één uitweg ziet
ik weet hoe snel je naar dat licht wil —
zou het daar immers niet veel makkelijker zijn?
ik weet dat je in het donker niet ziet
wie er eigenlijk allemaal achter je staan
maar ik stond ooit in jouw tunnel
ik weet dat de beste weg soms
dwars door de duisternis leidt
dus laat je maar naar achter vallen
er zijn altijd armen om je te vangen
en vast te houden
Stadsdichter:
Lieverd, ik voel dat je er bent
Lieverd, ik voel dat je er bent
Ik kan je niet zien in het duister
Maar je bent niet alleen
Laten we samen zoeken
Naar de spleet in het gordijn
En al vinden we die niet
Dan kruipen we er gewoon onderdoor
Al stuiten we op muren
Dan voelen we domweg gewoon
Naar ergens de opening
Op de tast vinden we hem wel
Ook al kan mijn hand jou niet raken
Mijn ziel die kan dat wel
Dus alsjeblieft blijf zoeken
Er is een doorgang
Uiteindelijk vind je hem wel
Buiten is licht met jouw naam erop
Het wacht geduldig in alle kleuren
Dus zoek!
In mijn hart zoek ik met je mee
Stadsdichter:
Een hashtag met haar naam
haar moeder noemde haar naam
zoals alleen een moeder kan
vigilante, oui maman
zei ze nog
maar tussen hashtags en filters
wist niemand wie ze echt was
alleen iemand die haar
het soort aandacht gaf
dat achteraf alle anderen
uit beeld liet verdwijnen
niemand wist hoe klein
haar wereld was geworden
ze vond geen woorden
voor wat geen uitweg leek
te hebben
ze bleef zorgvuldig
lijken op zichzelf
ze stuurde een spraakbericht
dat begon met gelach
en eindigde zonder afscheid
de trui die ze met oma breide
had ze aan
een dag lang bleef de stad stil
bij haar staan
op instagram ontstond een hashtag
met haar naam
Stadsdichter:
Ik zie, ik zie
Ik zie, ik zie
wat jij niet ziet.
Ik voel, ik voel een heleboel.
Ik denk, denk ik
Niet zoals jij denkt.
Ze hebben makkelijk spreken
vanuit de praatjesstoel.
Ik hoor, ik hoor
Thuis op een ander spoor.
Soms weet ik wel waarom.
Maar weet ik niet meer waarvoor.
Ze vragen ‘alles goed?’
Dan zeg ik ‘niet slecht’
Zolang ik er niet over klets
Dan bestaat het niet echt.
Ik weet nog hoe het was.
Blote voeten dansen in het gras.
Jij legt je neer met hoe het is.
Terwijl ik Koester hoe het was.
Schipper tussen geluk en verdriet
Geef ze beiden een kans
Een wijs mens zei ooit
“Geen wrijving, geen glans.”
Het gazon van de buren
Is niet groener, maar anders blauw.
Soms is het buiten zitten.
Of huilend liggen.
Vechten tegen alles
Volle paniek . Niet uit te leggen
Uit te flippen
Littekens horen erbij
Die maken juist je huid wat dikker
Het ding is dus dingus.
Voor de duidelijkheid
Voordat we ons vergissen.
Passief de tijd uitzitten.
Vind ik pittig
Mam ik mis je.
Misschien stom maar
weet ook niet waarom
ik dit schrijf in een ik vorm.
Het gaat eigenlijk best goed
Dat navigeren door de shitstorm.
Kijk naar de horizon
Er komt verlichting komt op ons af
…….. best maf……
Stadsdichter:
Van het een op het andere moment
van het een op het andere moment
is het donker
moet alles op de tast
en terwijl de wereld gewoon doordraait
zoek je tevergeefs naar randen, wanden, hoeken naar
iets van een houvast
maar je vindt het niet
niet meer
want dit donker kent geen grenzen
kent geen onder, kent geen boven
de leegte woog nog nooit zo zwaar
en dat maakt het moeilijk te geloven
dat er momenten zullen zijn
waarop je de kracht terugvindt
dit donker te verkennen
een stap voorwaarts zet, en langzaam aan
je ogen eraan laat wennen
ziet hoe plotseling hier en daar
barsten, kiertjes, gaten,
er overal kleine scheurtjes zijn
die voorzichtig licht doorlaten
wees niet bang en vang het licht
loop er naartoe en laat het je omarmen
zodat je voor heel even
niet op de tast
en niet alleen
zelfs in dit donker
is er licht om je aan te warmen
Stadsdichter:
Als je niet binnen de kaders past
Als je niet binnen de kaders past
met loden voeten langs de lijn.
hier wordt een blok voor jou gebouwd.
eens vlotgetrokken vastgespijkerd,
een houten hok, hard, rechtlijnig.
een touw hangt daar
waar de laatste afscheiding komen zal.
je gaapt en staart erin:
de laatste opening – tot plots
geklop weerklinkt. kijk op.
wij staan er ook. neem, als je wil,
ons koord en klim omhoog
De timmerlieden hebben nog niets gehoord.
Stadsdichter:
Mag ik
Mag ik samen
Zitten op je bankje
Van je gedachten
Je eindeloze stroom
Van woorden
En van nachten
Zonder slaap
Mag ik bij je
Naast je op je bankje
Even bij elkaar
Zwijgend
Huilend
Terwijl ik mee staar
Naar het zwart
Mag ik met je mee
Van naast je op je bankje
Naar het duister
Van je gedachten
Van je angst
En dat ik dan luister
Naar je stem
Mag ik huilen
Terwijl jij misschien wel gil
Over alles wat oneerlijk
Of niet recht is
Wat schreeuwt en niet stil
Verborgen blijft
Mag ik je vasthouden
In het zwart van je bestaan
Je voelen
Je horen
Om er dan samen
Vandoor te gaan
Mag ik je helpen
Naast je op je bankje
Simpel even samen
Een arm
Een zoen
Even samen ademhalen
Op ons bankje
Stadsdichter:
Oregano Vulgare
ze zei
ik zou mezelf haten als ik mezelf zou zijn
maar gelukkig ben ik anderen en niemand haat
een lieve Marjolein
ze zei
ik verdwijn, ik onderwerp me,ik heb pijn
maar ik pas me aan
ik zal mijn aandacht voorgoed verscherpen.
Ik please, vlucht, vecht en fawn
ze zei
gelukkig ben ik nergens thuis
want veilig voel ik me nooit
Mijn lichaam is een kast, geen huis,
altijd ben ik een banneling
die haar leven heeft verklooid
ze zei
zoveel dingen die me shockeerden
ze liet me trillen van diepe angst
op de dag dat ze naar binnen keerde
was ik op haar allerbangst
Stadsdichter:
Draden
Ik leef tussen een tweemaal oneindig niets.
In de verte een gedachte die niet broeit.
Drammend, stuiterend rondom de kou.
De dood. Het is dan maar gezegd.
Tweemaal een oneindig niets en wie mij ziet.
Ribbenkast naar binnen gevouwen van verdriet.
Daaromheen nog vlees en draden naar jouw
oor luisterend zonder oordeel.
Het Leven. Wij zijn er, met je mee.
Stadsdichter:


Denk je aan zelfdoding of ken je iemand die dood wil?